Een dicht grasdek laat minder ruimte voor onkruid
Onkruid kiemt gemakkelijker waar de bodem zichtbaar is. Dat gebeurt bijvoorbeeld na intensief gebruik, bij droogteschade, onder bomen of wanneer het gras te kort is gemaaid. Een gezond gazon hoeft niet volledig onkruidvrij te zijn, maar een dichte grasmat maakt nieuwe groei wel lastiger.

Loop kale plekken daarom niet voorbij. Hark losse plantenresten weg, maak de bovenste laag grond voorzichtig los en zaai graszaad dat past bij de plek. Houd de grond daarna licht vochtig tot de nieuwe grassprieten duidelijk zijn aangeslagen. Gebruik de plek in die periode zo weinig mogelijk.
De maaihoogte bepaalt hoeveel kracht het gras overhoudt
Te kort maaien verzwakt het gras en kan de bodem sneller laten uitdrogen. Onkruid krijgt dan meer licht en ruimte. Stel de maaier daarom zo af dat er na het maaien nog een redelijke graslengte overblijft. De precieze hoogte hangt af van het type gazon, het seizoen en de hoeveelheid zon.
- Maai regelmatig: haal liever telkens een beperkt deel van de grassprieten weg dan in één keer een groot stuk.
- Maai niet op kurkdroge of zompige grond: zo voorkom je extra stress voor het gras en diepe bandensporen.
- Houd het maaimes scherp: een bot mes rafelt de grassprieten, waardoor ze minder netjes herstellen.
Laat gemaaid gras alleen liggen wanneer het fijn verdeeld is en het gazon niet bedekt raakt. Dikke proppen kunnen licht en lucht afsluiten, vooral na een groeispurt of bij vochtig weer.
Water en voeding helpen vooral bij dunne grasgroei
Een gazon met te weinig vocht groeit minder dicht. Bij langdurige droogte verkleurt het gras soms tijdelijk; dat is niet altijd een reden om direct in te grijpen. Geef water wanneer de grond langdurig droog blijft en het gras niet meer goed herstelt na betreding.
Besproei liever minder vaak maar grondig dan heel vaak oppervlakkig. Op die manier wordt niet alleen de bovenste laag nat. Geef rustig water zodat het niet wegstroomt. Op schaduwrijke of vochtige plekken is extra water juist ongunstig, omdat daar eerder mos en een slappe grasmat kunnen ontstaan.
Voeding kan helpen wanneer het gras bleek en dun groeit, maar strooi niet zomaar steeds meer mest. Volg de aanwijzingen op de verpakking en kies een product dat geschikt is voor gazons. Te veel voeding kan het gras beschadigen en ongewenste groei juist versterken. Een bodemtest kan nuttig zijn wanneer het gazon ondanks goed onderhoud jarenlang slecht groeit.
Verwijder paardenbloemen en andere planten met hun wortel
Losse blaadjes of bloemhoofdjes weghalen is bij veel onkruiden niet genoeg. Vooral planten met een penwortel lopen opnieuw uit wanneer een deel van de wortel in de grond blijft zitten. Steek de plant daarom uit wanneer de bodem vochtig is en trek hem rustig omhoog.
- Maak de grond rond de plant los: steek een onkruidsteker of smal handgereedschap naast de wortel in de bodem.
- Haal de wortel zo volledig mogelijk weg: trek gelijkmatig en voorkom dat de stengel afbreekt.
- Vul het ontstane gaatje: druk de grond aan en zaai zo nodig wat graszaad bij.
Controleer de plek na enkele weken opnieuw. Sommige planten verspreiden zaad voordat ze opvallen. Regelmatig uitsteken voorkomt daarom dat het probleem zich over het hele gazon verspreidt.
Beluchten en verticuteren zijn niet altijd hetzelfde
Wanneer regenwater slecht wegzakt en het gras dun blijft, kan een verdichte bodem een rol spelen. Beluchten maakt kleine openingen in de grond, zodat lucht en water beter bij de wortels komen. Dat is vooral zinvol op plekken waar vaak wordt gelopen.
Een viltlaag van dood gras en mos kan de bodem eveneens afsluiten. Verticuteren kan die laag verminderen, maar doe dit niet automatisch elk jaar zeer intensief. Een zwak of pas ingezaaid gazon kan ervan beschadigen. Werk bij voorkeur in een periode waarin het gras actief groeit en herstel daarna kale plekken met graszaad.
Gebruik geen snelle oplossing op een gestrest gazon
Onkruidbestrijdingsmiddelen zijn niet de eerste keuze wanneer het probleem vooral door kale plekken, verkeerd maaien of droogte ontstaat. Pak eerst de oorzaak aan. Een middel dat planten selectief moet raken, vraagt bovendien nauwkeurig gebruik volgens het etiket en is niet voor elke grassoort, situatie of omgeving geschikt.
Spuit niet bij harde wind en voorkom dat middel op sierplanten, bestrating, vijvers of afvoerputten terechtkomt. Gebruik geen huishoudelijke middelen zoals azijn, zout of bleekwater op het gazon. Die kunnen de bodem en gewenste planten beschadigen en lossen de oorzaak van een dunne grasmat niet op.
Blijft een groot deel van het gazon terugkerend kaal, nat of mossig, kijk dan naar de ligging, bodemstructuur en hoeveelheid licht. Soms past een andere bodembedekker of een aangepast grasbestand beter bij de plek dan voortdurend bijzaaien.