Begin met het waslabel en de vulling
Niet iedere donsjas verdraagt dezelfde behandeling. Kijk eerst of de jas volgens het label in de droger mag en of er een maximale temperatuur wordt genoemd. Een jas met echte donsveren heeft vooral tijd nodig om volledig droog te worden; een synthetisch gevoerde jas kan zich anders gedragen en vraagt om de aanwijzingen van de fabrikant.

Is de jas alleen plat geworden door dragen of opbergen, dan hoef je hem meestal niet opnieuw te wassen. Hang hem ruim op een stevige hanger en schud hem enkele keren krachtig maar gecontroleerd uit. Soms is dat al voldoende om de vulling opnieuw over de vakken te verdelen.
Een gewassen donsjas krijgt volume door rustig te drogen
Na het wassen zitten dons en veren vaak in vochtige klontjes bij elkaar. Die klontjes maken de jas plat. Het volume komt pas terug wanneer de vulling volledig droog is en weer los tussen de stiknaden zit.
- Controleer de jas: sluit ritsen en klittenband en kijk of er geen losse voorwerpen in de zakken zitten.
- Verminder klonten: haal de jas na het wassen voorzichtig uit de machine en verdeel zichtbare hoopjes met je vingers zonder aan de stof of naden te trekken.
- Droog op lage temperatuur: gebruik de droger alleen wanneer het waslabel dit toestaat. Kies een rustig programma met weinig warmte.
- Onderbreek het programma: haal de jas om de twintig à dertig minuten uit de trommel, schud hem uit en masseer harde klonten voorzichtig los.
- Controleer de binnenkant: stop pas wanneer de jas overal droog aanvoelt en geen koude, zware of vochtige plekken meer heeft.
Een paar schone droogballen kan helpen om de vulling tijdens het draaien los te tikken. Gebruik geen voorwerpen met scherpe randen en kies geen hoge temperatuur: hitte kan de buitenstof, coating of vulling aantasten.
Ook zonder droger kun je klonten loswerken
Een donsjas zonder droger weer luchtig maken vraagt vooral geduld. Leg de jas plat op een droogrek in een goed geventileerde ruimte. Draai hem regelmatig om en schud hem voorzichtig uit zodra de stof niet meer drijfnat is.
Voel met vlakke handen waar de vulling bij elkaar zit. Duw zo’n plek zachtjes uit elkaar en verspreid het dons naar de lege delen van hetzelfde vak. Trek niet aan losse veren en sla de jas niet hard tegen een muur of meubel. Dat kan naden en stof onnodig belasten.
Leg de jas niet op een radiator en droog hem niet met een föhn op hoge warmte. Plaatselijke hitte droogt de buitenkant sneller dan de vulling en kan materiaal beschadigen. Een warme, goed geventileerde kamer is geschikter dan een afgesloten vochtige ruimte.
Zo merk je dat de jas nog niet klaar is
Een volledig droge donsjas voelt licht aan en heeft geen samengeperste, koele plekken meer. Ruik of voel je nog een vochtige of muffe plek, dan moet de jas verder drogen. Vooral dikke delen bij de capuchon, schouders, oksels en onderkant kunnen langer vochtig blijven.
Bewaar de jas pas wanneer alle vakken droog en weer gevuld zijn. Duw hem niet langdurig strak in een koffer of kleine opbergzak. Voor langere opslag is een ruime, ademende hoes beter, zodat de vulling niet maandenlang wordt platgedrukt.
Wanneer opnieuw wassen niet nodig is
Een donsjas kan na een dag dragen tijdelijk minder bol lijken doordat de vulling is samengedrukt. Hang hem daarom eerst enkele uren uit en schud hem daarna op. Wassen terwijl de jas niet vuil is, geeft extra slijtage en maakt opnieuw zorgvuldig drogen noodzakelijk.
Blijft de vulling na volledig drogen op één plaats zitten, zijn er naden opengegaan of komt de vulling door de stof, laat de jas dan beoordelen door een kledingreparateur of de fabrikant. Zelf aan de vakken trekken kan een klein probleem groter maken.