Zo voorkom je dat je trui krimpt in de was

Door Redactie

Was een trui volgens het waslabel, bij voorkeur op een lage temperatuur en met een programma voor wol of fijne was. Gebruik weinig beweging en laat het kledingstuk liggend drogen, weg van directe warmte. Vooral wol en sommige katoenmixen kunnen krimpen door hitte, wrijving en een snelle temperatuurwisseling.

Opgevouwen truien van verschillende materialen op een houten plank

Het waslabel bepaalt hoeveel risico je neemt

Bekijk vóór het wassen het materiaal en de wassymbolen. Een hand in het teiltje betekent dat handwas nodig is; een doorgestreept wastobbe-symbool betekent dat de trui niet met water gewassen mag worden. Volg bij twijfel de strengste aanwijzing, zeker bij wol, kasjmier en kleding met een losse of gebreide structuur.

De vezels reageren niet allemaal hetzelfde:

  • Wol en kasjmier: gevoelig voor warmte, wrijving en plotselinge temperatuurverschillen. Daardoor kunnen vezels vervilten en wordt de trui kleiner of stijver.
  • Katoen: kan vooral door warmte in de was en droger krimpen. Een gebreide katoenen trui kan ook na meerdere wasbeurten nog iets veranderen.
  • Acryl en synthetische vezels: krimpen meestal minder snel, maar hoge hitte kan de vorm, soepelheid of afwerking aantasten.
  • Mixstoffen: volg het label en behandel de trui voorzichtig als er wol in zit.

Een lage temperatuur beschermt de vezels

Kies de laagste temperatuur die volgens het label geschikt is. Voor veel truien is 20 of 30 graden voldoende. Warmer wassen maakt vuil niet automatisch beter los, maar vergroot bij gevoelige vezels wel de kans op vervorming en krimp.

Keer de trui binnenstebuiten voordat hij in de machine gaat. Dat beperkt slijtage aan de buitenkant en helpt de vorm van een patroon of opdruk te beschermen. Doe de trommel niet te vol: wanneer kleding weinig ruimte heeft, ontstaat meer wrijving en wordt het uitspoelen minder gelijkmatig.

Gebruik een wasmiddel voor fijne was of wol als het materiaal daarom vraagt. Een gewoon krachtig wasmiddel kan bij wol ongeschikt zijn. Wasverzachter is bij wol meestal niet nodig en kan de vezels of het ademende karakter van de stof beïnvloeden.

Wrijving is vooral bij wol een probleem

Kies voor wol en fijne gebreide stoffen een kort, rustig programma met weinig centrifugeren, maar alleen als het waslabel machinewas toestaat. Een handwasprogramma is niet automatisch hetzelfde als echte handwas; controleer daarom altijd de aanwijzing in het label.

  1. Maak de trommel niet te vol: geef de trui ruimte om door het water te bewegen zonder voortdurend tegen andere kleding te schuren.
  2. Gebruik een lage centrifugestand: zo komt er minder spanning op de schouders, mouwen en boord. Bij handwas druk je het water er voorzichtig uit in plaats van de trui uit te wringen.
  3. Spoel met water van ongeveer dezelfde temperatuur: een plotselinge overgang van warm naar koud of andersom kan vooral wol laten vervilten.

Stop een fijne trui eventueel in een waszak. Dat voorkomt niet alle krimp, maar beperkt wel trekken aan losse lussen en contact met ritsen of klittenband. Sluit ritsen en haakjes van andere kleding voordat je de was start.

Liggend drogen houdt de vorm beter vast

Een natte trui is zwaar en kan uitrekken wanneer je hem aan een hanger hangt. Leg hem daarom plat op een droge handdoek of een wasrek met een vlak oppervlak. Breng de schouders, mouwen en onderrand voorzichtig terug naar hun oorspronkelijke vorm terwijl de trui nog vochtig is.

Leg het kledingstuk niet op een hete radiator en gebruik geen föhn om het sneller droog te krijgen. Directe warmte kan vezels laten krimpen of plaatselijk vervormen. Kies een goed geventileerde plek uit de felle zon en draai de trui eventueel om wanneer de bovenkant droog aanvoelt.

Bij handwas druk je eerst voorzichtig water uit de trui. Rol hem daarna in een schone handdoek en druk zachtjes op de rol. Zo neemt de handdoek vocht op zonder dat je het breisel uitrekt.

De droger is niet voor elke trui geschikt

Gebruik een droger alleen wanneer het label dat uitdrukkelijk toestaat. Kies dan de laagste temperatuur en haal de trui eruit zodra het programma klaar is. Laat hem vervolgens liggend nadrogen en controleer de vorm voordat je hem opbergt.

Een doorgestreept drogersymbool betekent dat de trui niet in de droger mag. Ook wanneer een trui eerder goed uit de droger kwam, blijft herhaalde hitte een risico. De vezels kunnen geleidelijk hun vorm verliezen of alsnog krimpen.

Zo voorkom je onnodige wasbeurten

Een trui hoeft niet na elke keer dragen in de was. Hang hem na gebruik kort te luchten op een brede hanger als het materiaal dat toelaat, of leg hem plat wanneer hij zwaar of kwetsbaar is. Kleine vlekken kun je plaatselijk behandelen volgens het materiaal en het waslabel.

Berg een volledig droge trui gevouwen op. Vooral zware wollen truien kunnen op een hanger uitzakken bij de schouders. Bewaar ze niet langdurig vochtig in de wasmand, want dat kan geur en vervorming veroorzaken.

Is een trui toch kleiner geworden, trek hem dan niet hard uit model. Bij sommige stoffen kun je het kledingstuk na voorzichtig vochtig maken heel rustig terugvormen, maar bij vervilting werkt dat meestal niet meer. Stop zodra de stof vervormt of beschadigt.

Scroll naar boven