De pasvorm van je wandelschoenen maakt het grootste verschil
Een blaar ontstaat meestal door herhaalde wrijving en druk. In een schoen die te ruim zit, schuift je voet bij iedere stap heen en weer. Een te krappe schoen drukt juist op tenen, hielen of de bal van je voet. Beide situaties kunnen de huid irriteren.

Pas wandelschoenen bij voorkeur aan het einde van de dag. Voeten kunnen tijdens lopen wat opzetten, waardoor een schoen die ’s morgens ruim lijkt later toch knelt. Draag tijdens het passen de sokken waarmee je ook gaat wandelen.
- Je tenen moeten de voorkant niet raken wanneer je naar beneden loopt.
- Je hiel mag bij het lopen niet voortdurend omhoogkomen.
- De breedte moet prettig aansluiten zonder druk op de kleine teen of de zijkant van de voet.
Loop nieuwe schoenen eerst thuis en tijdens korte wandelingen in. Gebruik ze niet meteen voor een lange tocht. Zo merk je op tijd waar een rand, naad of harde plek schuurt.
Sokken houden wrijving en vocht beter onder controle
Kies sokken die vlak aansluiten en geen plooien vormen. Een gladde wandel- of sportsok van een materiaal dat vocht afvoert, is vaak geschikter dan een losse katoenen sok die nat blijft. Een dubbele sok kan bij sommige wandelaars helpen, maar alleen als de schoenen daardoor niet te strak worden.
Vervang vochtige sokken tijdens een lange wandeling. Neem een droog paar mee wanneer je meerdere uren onderweg bent of wanneer regen wordt verwacht. Trek sokken met een grove naad bij de tenen liever niet aan als juist daar snel irritatie ontstaat.
Let ook op de combinatie van sok en schoen. Een extra dikke sok lijkt bescherming te geven, maar kan de druk verhogen. Een dunnere, gladde sok werkt dan mogelijk beter dan meer stof.
Reageer meteen op een warme of schrale plek
Een branderig, warm of gevoelig plekje is een vroeg signaal van irritatie. Wacht niet tot de huid al rood en pijnlijk is. Stop op een geschikte plek, maak de voet zo nodig droog en kijk waardoor de wrijving ontstaat.
- Haal de druk weg: maak de schoen losser, strik hem anders of verwijder een kreukel uit de sok.
- Droog de huid: dep zweet of regen weg met een schone doek en laat de plek kort luchten.
- Bescherm het gevoelige gebied: gebruik een blarenpleister of een glad beschermend verband dat de wrijving vermindert.
- Pas je wandeling aan: verkort de route als de pijn blijft of lopen duidelijk onaangenaam wordt.
Plak een beschermende pleister op een schone, droge huid. Vervang hem wanneer hij loslaat, vuil wordt of vochtig blijft. Knip of peuter niet aan een intacte blaar; de huid vormt daar een natuurlijke beschermlaag.
Droge voeten helpen, maar oververzorging kan ook schuren
Was je voeten na een wandeling en droog vooral tussen de tenen goed af. Trek daarna schone sokken aan. Een vochtige huid is kwetsbaarder voor wrijving, terwijl een zeer droge huid kan barsten of gevoelig kan worden.
Gebruik een gewone voetcrème op schrale delen, maar smeer vlak voor het wandelen niet royaal tussen de tenen of op plekken waar je sok gemakkelijk gaat schuiven. Een vettige laag kan de grip tussen huid, sok en schoen veranderen. Test een product daarom eerst tijdens een korte wandeling.
Houd teennagels kort en recht afgeknipt. Te lange nagels kunnen tegen de voorkant van de schoen drukken, vooral bij afdalingen. Knip ze niet extreem kort en voorkom scherpe hoekjes.
Afstanden rustig opbouwen voorkomt verrassingen
Ook met goede schoenen kunnen voeten overbelast raken als de wandelduur plotseling sterk toeneemt. Wissel een lange tocht af met kortere wandelingen en neem pauzes voordat je voeten vermoeid aanvoelen. Vermoeidheid kan ervoor zorgen dat je anders gaat lopen en meer gaat schuiven in je schoenen.
Let extra op nieuwe omstandigheden, zoals heuvels, warm weer, natte paden of een andere ondergrond. Een schoen die op vlak asfalt prettig zit, kan tijdens een afdaling meer druk op de tenen geven. Pas je tempo en afstand daarop aan.
Blijven blaren terugkomen op dezelfde plaats, controleer dan opnieuw de pasvorm van je schoenen en de naden van je sokken. Een podotherapeut of huisarts kan helpen wanneer voetproblemen aanhouden, veel pijn doen of samengaan met duidelijke zwelling, pus, toenemende roodheid of koorts. Mensen met diabetes of een verminderde gevoeligheid in de voeten doen er verstandig aan voetbeschadigingen extra vroeg te laten beoordelen.