De router op een plek met zo min mogelijk hindernissen zetten
Wifi verspreidt zich vanaf de router in alle richtingen. Een router in een meterkast, op de grond of achter een televisie verliest daardoor sneller bereik dan een router die vrij staat. Plaats hem liever ongeveer in het midden van de woning, op een kast of plank en niet direct tegen een muur of metalen oppervlak.

- Zet de router niet in een gesloten kast.
- Houd afstand van grote metalen voorwerpen, een aquarium en dikke betonnen constructies.
- Laat de antennes, als het model die heeft, niet allemaal plat liggen. Een rechte en een licht gekantelde stand kan helpen om verschillende verdiepingen te bereiken.
De beste positie hangt af van de indeling van het huis. Een centrale plek in de woonkamer kan praktischer zijn dan de aansluitplek in een hoek, maar verplaats de router alleen als de benodigde kabels dat toelaten.
Afstand en bouwmaterialen maken het verschil
Elke muur verzwakt het signaal een beetje. Vooral gewapend beton, vloeren tussen verdiepingen en meerdere gemetselde muren kunnen een duidelijke barrière vormen. Plaats daarom een apparaat dat veel bandbreedte nodig heeft, zoals een televisie of vaste computer, zo dicht mogelijk bij de router of sluit het waar mogelijk met een netwerkkabel aan.
Een eenvoudige vergelijking helpt bij het zoeken naar de oorzaak. Test de verbinding eerst vlak bij de router en daarna op de plek waar het probleem ontstaat. Is wifi dichtbij goed maar verderop slecht, dan ligt de nadruk op plaatsing of uitbreiding van het netwerk. Is de verbinding overal traag, dan is alleen een sterker signaal waarschijnlijk niet de oplossing.
Storingsbronnen rond 2,4 en 5 GHz beperken
Wifi gebruikt meestal de frequentiebanden 2,4 en 5 GHz. De 2,4GHz-band komt vaak verder, maar kan druk zijn doordat veel apparaten deze band gebruiken. 5 GHz is doorgaans sneller op korte afstand, maar wordt sterker tegengehouden door muren en vloeren.
Gebruik waar mogelijk de minder drukke band voor het apparaat en de locatie die daarbij passen. Een telefoon in dezelfde kamer als de router kan goed met 5 GHz werken, terwijl een apparaat op een andere verdieping soms stabieler verbonden blijft via 2,4 GHz. Een magnetron, draadloze apparatuur of veel wifi-netwerken in de omgeving kan tijdelijk extra storing geven. Zet de router daarom niet direct naast zulke apparaten.
Laat de router bij voorkeur automatisch een geschikt kanaal kiezen. Handmatig wisselen heeft vooral zin wanneer je in een dichtbebouwde omgeving veel overlappende netwerken ziet en de automatische keuze duidelijk ongunstig uitpakt.
Een repeater, accesspoint of mesh-systeem kiezen
Een wifi-repeater kan een zwak signaal doorgeven, maar hij moet zelf nog een bruikbare verbinding met de router hebben. Zet hem dus niet op de plek waar het bereik al volledig wegvalt. Plaats hem ongeveer halverwege, bijvoorbeeld in een gang waar het oorspronkelijke signaal nog redelijk is. De extra draadloze verbinding kan wel snelheid en stabiliteit kosten.
Een accesspoint dat met een netwerkkabel op de router is aangesloten, is meestal een stabielere uitbreiding. Het extra toegangspunt kan op een andere verdieping of aan het uiteinde van de woning worden geplaatst zonder dat het de verbinding draadloos hoeft door te geven.
Een mesh-systeem is vooral handig wanneer meerdere ruimtes of verdiepingen gelijkmatig dekking nodig hebben. Plaats de stations niet te ver uit elkaar en zet het tweede station niet achter meerdere dikke muren. Controleer bovendien of het systeem samenwerkt met je bestaande modem of router; soms moet de routerfunctie van één van de apparaten worden uitgeschakeld om dubbele netwerkfuncties te voorkomen.
Zo controleer je of de aanpassing echt helpt
Meet niet alleen of een apparaat verbinding heeft. Kijk ook naar stabiliteit en snelheid op de plekken waar je wifi gebruikt. Test bijvoorbeeld in de woonkamer, op de slaapkamer en op een andere verdieping op verschillende momenten van de dag.
- Noteer de uitgangssituatie: controleer hoe sterk en stabiel de verbinding is op de belangrijkste plekken voordat je iets verplaatst.
- Verplaats de router of uitbreiding: verander één ding tegelijk, zodat je kunt zien welke aanpassing effect heeft.
- Test met hetzelfde apparaat: gebruik bij voorkeur dezelfde telefoon of laptop en vergelijk de verbinding op dezelfde locaties.
- Controleer vaste apparaten: sluit een televisie, spelcomputer of computer die vaak op één plaats staat zo mogelijk met een netwerkkabel aan.
Een sterk wifi-symbool betekent niet automatisch dat de internetverbinding snel is. De snelheid kan ook worden beperkt door je abonnement, de internetverbinding zelf, een druk netwerk of een apparaat dat verouderde wifi-techniek gebruikt.
Let op: koop niet meteen een willekeurige signaalversterker. Een verkeerd geplaatste repeater kan het bereik op papier vergroten, maar toch voor vertraging of wegvallende verbindingen zorgen. Kijk eerst waar het signaal verloren gaat en kies daarna een oplossing die bij de woning past.